Over de site
Informatie
Kronkels
Verhalen
Recensies
Links
Contact


Valid HTML 4.01 Transitional  

Van Madame   van rené   van derden       

Schets van een droom, deel 4 (slot)
het vervolg op Schets van een droom, deel 3
Dit verhaal werd gepubliceerd in Kerfstok 3/2004

Ik sla mijn ogen geschrokken neer en zie het bewijs van mijn orgasme langzaam van mijn opgetrokken rokje sijpelen. Yves lacht hard terwijl hij mijn slavenlul nog even stevig beetpakt. Ik voel enkele heerlijke naschokken. Dan masturbeert mijn liefs minnaar mij met snelle halen. Met zijn vrije hand duwt hij mijn kin omhoog en hij kijkt me recht in m'n ogen als hij met zijn diepe stem zegt: "Zo zie je maar weer, sletje. Ik ben niet alleen onweerstaanbaar voor een echte vrouw, maar ook voor een verwijfd ventje als jij."
Ik weet niet wat te zeggen. Ik voel me beroerd. Het overkomt me zelden dat ik ejaculeer tijdens een embargo. En het overkomt me al helemaal nooit dat ik er nog intens van geniet ook. Zelfs nu, nu ik vervuld ben van een gevoel van falen, is er ruimte voor genot. Mijn slavenlul is niet verslapt (geloof me, als je voortdurend masturbeert, maar niet meer dan enkele keren per maand klaarkomt, verslapt je penis echt niet als je een keertje wat zaad loost), mijn geilheid niet geblust. En Yves' snelle rukbewegingen brengen me vrijwel direct dichtbij een nieuw orgasme.

Maar dat wil ik helemaal niet! Ik wilde het de eerste keer al niet; de wetenschap dat ik er mijn lief ontzettend mee zou teleurstellen bedroefde me, het idee dat ik haar vertrouwen in mij had geschaad vervulde me met schaamte, en het feit dat ik een belangrijke belofte aan mijn vrouw en meesteres had gebroken, resulteerde in een serieus gevoel van verslagenheid - om niet te zeggen wanhoop. Een tweede ejactulatie zou daarom helemaal afschuwelijk zijn. Temeer omdat ik er, net als tijdens de eerste, nog enorm van zou genieten ook.
En toch weet ik dat ik me opnieuw niet zal kunnen losrukken. Want inderdaad, Yves is ook voor mij onweerstaanbaar. Hij speelt zijn rol perfect. Hij weet precies de goede knopjes te drukken, bij mij én bij mijn vrouw. Dat komt omdat hij zijn rol niet echt speelt; hij spéélt dat hij hem speelt. Maar stiekem, verborgen achter zijn grapjes en karikaturen, is hij diep van binnen werkelijk een man die het heerlijk vindt een vrouw los te rukken van haar echtgenoot en hem (die echtgenoot) dat flink in te wrijven. Yves geniet van deze relatie. Zijn genot is misschien wel groter dan dat van mijn lief en mij bij elkaar opgeteld. Ik verwacht dat hij, als hij nog wat aan zelfvertrouwen wint, op een mooie dag zijn masker zal laten vallen en zal stoppen met het veinzen van het spelen van een rol. Het is een dag waar ik verlangend naar uitkijk. Het is een dag die ik misschien dichterbij kan brengen. Want, wie weet, misschien is die dag wel de dag waarop hij bij ons intrekt. Misschien zal dat de dag zijn waarop hij zijn aanspraken op mijn vrouw verzilvert en mij definitief verstoot. En misschien moet ik er daarom toch mee akkoord gaan dat mijn lief zich helemaal aan hem geeft - zoals ze dat met het dragen van haar trouwjurk had willen symboliseren.
Maar dat is eng. Doodeng. Want waar zal het einde zijn, als ons spel geen spel meer is?

"Stop alstublieft," fluister ik.
Yves verstevigt zijn grip op mijn slavenlul.
"Een echt sletje, ja. Onverzadigbaar. Net als je vrouw."
Met alles wat ik in me heb verzet ik me tegen een nieuw hoogtepunt. Ik smeek Yves te stoppen, maar dat lijkt hem alleen maar aan te sporen nog beter zijn best te doen. En dat doet hij goed. Erg goed. Gelukkig wordt me een nieuw falen bespaard als vanuit de woonkamer mijn liefs stem klinkt.
"Yves?"
Een glimlach verschijnt op zijn gezicht als hij mijn vrouws stem hoort.
"Hier, lieverd!"
Hij trekt mijn rokje recht, sluit de voordeur, tikt zachtjes met zijn vingertoppen tegen mijn wang en met een door een knipoog ondersteund wijds gebaar wenkt hij me hem voor te gaan.

Was het gespeeld? Goed, we kregen allebei een flinke uitbrander nadat ik mijn lief, die een zwart wollen jurkje had aangetrokken, had verteld wat zich in de deuropening had afgespeeld -en Yves mijn versie met een enorme, triomfantelijke grijns, had bevestigd. Maar toen mijn lief Yves op zijn gedrag aansprak kon ze een glimlach nauwelijks onderdrukken. Al deed ze er volgens mij ook niet erg veel moeite voor. Mij had ze vooral teleurgesteld aangekeken. Ik had weliswaar herhaaldelijk kenbaar gemaakt dat ik wilde dat Yves zou stoppen, maar toen hij dat niet deed had ik me ook kunnen omdraaien en weglopen. Vond zij.
Ze vond ook dat ik er niet echt representabel meer uitzag. Mijn rokje was besmeurd, mijn uitgelopen make-up op een erg onflattueze manier opgedroogd. Het was tijd om me op te frissen.

Fris gewassen, met een nieuwe laag make-up en een schoon rokje - een dun, rose zomerrokje nu - kom ik een half uurtje later de woonkamer weer binnen. Yves zit op de bank, zijn voeten op de vloer. Mijn lief zit tegen zijn rechterzij, die hij naar haar heeft toegedraaid: haar linkerbeen ligt achter zijn rug, haar rechter rust lichtjes gebogen op zijn benen, tegen zijn buik. Met haar handen op zijn shouderbladen trekt mijn lief haar minnaar stevig naar zich toe. Hij heeft haar beet bij haar lendenen. Hun ogen zijn gesloten, hun monden geopend, hun tongen verwoed in gevecht.
Ik neem op gepaste afstand mijn positie in: geknield, benen gespreid, rechte rug, mijn handen op mijn bovenbenen en mijn hoofd gebogen. In deze positie kan ik het koppel niet meer zien en dat bedroeft me. Horen kan ik ze gelukkig nog wel. De subtiele geluiden van tegen elkaar aanschurende kleding, de licht smakkende mini-explosies van hun kussen, het gedempte kraken van de bank, af en toe een zachte zucht, hoog uit de keel, of een liefkozend woord: ze voeden mijn geestesoog. En mijn slavenlul. Waarom vind ik het toch zo heerlijk als mijn vrouw van een ander is? Niet zomaar mét een ander, maar ván een ander? Waarom smacht ik zo naar die verschrikkelijke pijn, dat diepe verdriet, die eenzaamheid en die wanhoop die ik voel, als mijn lief zich zonder enige scrupules volledig overgeeft aan haar minnaar en de liefde die ze voor hem voelt? Waarom toch, heb ik het gevoel dat ik pas écht leef, dat mijn leven pas waarlijk zin heeft, als de vrouw die ik liefheb, die ik zo verschrikkelijk liefheb, die het centrum vormt van mijn bestaan, mij kleineert, me afwijst, me vaak ziet als niet meer dan een huisdier of - erger nog - een meubelstuk, en alle liefde, alle intimiteit, alle seks die een man normaal mag verwachten (of waar hij althans op mag hopen) in zijn huwelijk, van hem afneemt en in sterk vergrootte vorm schenkt aan een andere man? Waarom is mijn leven donker en leeg als zij niet onbarmachtig van mij eist dat ik alles doe wat in mijn mogelijkheden ligt om haar relatie met een echte man zó schitterend, zó liefdevol, zó succesvol, zó waardevol en zó onmisbaar te maken dat ze geen seconde zou aarzelen mij te verlaten als ik haar vroeg te kiezen tussen haar minnaar en mij? Waarom heb ik, al vanaf vlak na het begin van onze relatie, zo ontzettend mijn best gedaan om mijn lieve vrouw ervan te overtuigen dat zij nog een andere man in haar leven nodig had? Waarom heb ik haar met alles wat ik in me had gestimuleerd bij het zoeken naar die ander, en ervoor gewaakt dat ze geen genoegen zou nemen met iemand die niet in mijn schaduw zou kunnen staan, maar, integendeel, míj in die schaduw zou kunnen plaatsen?

Omdat Von Sacher-Masoch gelijk heeft. Omdat het inderdaad zo is, dat de liefde die ik voor mijn vrouw voel, alleen maar groter wordt als zij die van haar aan een ander gunt. Omdat het inderdaad zo is, dat mijn verlangen naar haar alleen maar groeit als ze mij haar seksualiteit onthoudt, om die met een ander te delen. En omdat het inderdaad zo is, dat de mate waarin zij trouweloos, mishandelend, gewetenloos, en zonder medelijden is, bepalend is voor de mate waarin ik haar aanbid.

"Kijk ons aan, slaafje," gebiedt mijn meesteres, en ik verhef mijn hoofd.

Nog steeds zitten de twee geliefden ineengestrengeld op de bank. Hun gezichten zijn op centimeters afstand. Ze kijken elkaar in de ogen. Ze glimlachen. Zachtjes streelt mijn lief zijn wang. Zachtjes kust ze hem enkele keren op zijn mond en op zijn voorhoofd. Zachtjes zegt ze tegen hem, terwijl ze hem tussen het uitspreken van haar woorden door, blijft kussen: "O mijn Yves ... Yves ... mijn lieve ... lieve ... Yves ... O, wat hou ik van je!"
Dat laatste stukje, dat 'O, wat hou ik van je!', verlaat haar mond nauwelijks hoorbaar fluisterend, maar ze legt er zoveel kracht in dat ik de liefde die zij haar minnaar verklaart, voel tot diep in mijn ziel.
Het doet vershrikkelijk veel pijn. En die pijn blijft, als de tongen van mijn vrouw en haar Yves elkaar weer vinden in een eindeloze zoen die is vervuld van passie en verlangen. Wij hebben nooit zo gekust, mijn vrouw en ik. Ik heb die passie nooit in haar boven kunnen krijgen.

"Slaaf," klinkt het bits.
"Ja mevouw?"
"Masturbeer jezelf. En blijf naar ons kijken."

Alsof dit het signaal is waar Yves op wachtte, duwt hij mijn lief naar achteren. Zij ligt nu op haar rug, hij steunt op zijn onderarmen tussen haar gespreide benen. Doordat mijn lief in de beweging die ze maakte toen ze ging liggen, haar billen wat naar achteren moest schuiven (anders had haar hoofd onvoldoende ruimte gehad), is haar jurkje omhooggekropen. Met mijn ogen volg ik haar opgetrokken benen tot aan haar billen. Het is een prachtig gezicht: verleidelijk, sexy en o zo vrouwelijk. En de man die daar tussen haar benen ligt, maakt het beeld compleet. Dit is hoe het hoort te zijn. Dit is hoe het bedoeld is. Deze twee mensen zijn voor elkaar gemaakt.

Mijn lief en Yves verwennen elkaar. En ik mezelf. Zij strelen, zij lachen, zij kussen, liefdesverklaringen gaan over en weer. En ik ruk mezelf naar een ontelbaar aantal bijna-orgasmes, heen en weer stuiterend tussen pijn en genot.

Hun vrijen wordt onstuimiger. Woorden verworden tot kreten van een enkele klinker, strelen wordt kneden. Met hun opwinding, groeit ook de mijne. Mijn slavenlul lekt nu voortdurend voorvocht en ik kan me daar nauwelijks nog aanraken zonder een orgasme te veroorzaken. Mijn hele lijf tintelt, ik ben zo licht in mijn hoofd dat ik bijna zweef.

Dan neem ik een besluit.

Ik stop met masturberen en sta voorzichtig op. Iets wat ik normaal in een situatie als deze nooit zou durven doen, maar soms moet een slaaf de regels van zijn meesteres breken. Soms is dienen belangrijker dan gehoorzamen. Ik loop daarbij natuurlijk wel het risico dat mijn lief het niet eens is met mijn keuze, maar meestal schat ik de situatie wel goed in. En ik ben ervan overtuigd dat ik dat ook nu doe.

Mijn lief merkt niet dat ik vertrek. Ik sluit de deur zachtjes achter me en loop de trappen op naar onze slaapkamer. Twijfel heb ik niet meer; ik weet dat ik geboren ben om de slaaf te zijn van mijn Godin. Ik neem Haar trouwjurk uit de kast en vouw die netjes tot hanteerbare afmetingen. Dan schuif ik Haar ring van mijn vinger. Ik leg hem op de jurk. Ik schuif mijn handen, met de palm omhoog, onder de jurk en lift hem omhoog. Terwijl ik de trap afloop, terug naar beneden, verheug ik me op het bitterzoete leven dat voor me ligt, in dienst van Haar en Haar man.


© re{N}éBE , april 2004.

Naar boven