Over de site
Informatie
Kronkels
Verhalen
Recensies
Links
Contact


Valid HTML 4.01 Transitional  

Van Madame   van rené   van derden       

Mijmering

Mijn lief kijkt me aan. Er zit veel liefde in haar ogen. Die liefde heeft daar vanaf het begin gezeten en is er nooit weggeweest. Natuurlijk waren er periodes waarin het minder zichtbaar was, zware periodes waarin we veel ruzie hadden of ernstige financiële problemen, of veel te veel stress door dagelijkse beslommeringen als werk, reizen, huishouden, weinig slaap en meer van dat soort dingen, maar het is nooit helemaal weg geweest. Integendeel, in de loop van de tijd is de liefde in haar ogen steeds zichtbaarder geworden. Dat was al zo toen we nog gewoon man en vrouw waren; het werd nog veel meer toen we naast man en vrouw ook Madame en slaafje werden en het is nog weer veel meer geworden toen mijn lief haar minnaars kreeg. Ook mijn liefde voor haar is almaar groter geworden. Het mooie is dat we daarin aardig synchroon lopen; het zijn vaak dezelfde dingen die mijn liefs hart voor mij sneller doen kloppen, die ook mijn hart voor haar een stukje extra open zetten: vanaf het begin heb ik veel van mijn lief gehouden en vanaf het begin is mijn liefde voor haar gegroeid. Toen ik haar slaafje werd en mijn lief me langzaam ging bezitten, ging ik meer van haar houden. Hoe meer ze me bezat, hoe meer ik van haar hield. Toen haar minnaars kwamen króóp ik voor haar en dat ben ik blijven doen. Zij is nog steeds mijn vrouw en ik ben nog steeds haar man, niet alleen in woord, maar ook in het werkelijke leven is dat de basis van onze relatie. Maar ze is vooral mijn eigenaresse en ik ben vooral haar eigendom. En soms... soms is ze echt mijn godin. Ik geloof in haar. Ik hou zielsveel van haar. En ik aanbid haar. En hoe meer ze me afwijst, hoe meer ik haar aanbid. En hoe meer ze vrijt met andere mannen, hoe meer ik haar aanbid -vooral als ik het mag zien, wat gelukkig regelmatig gebeurt.

Jouw vrouw. Stel je voor, je eigen vrouw. De vrouw waar je zo zielsveel van houdt, de vrouw die je leven zo geweldig mooi maakt, de vrouw die je hart onherstelbaar zal breken als ze je ooit verlaat, ligt in jouw eigen huwelijksbed met een andere man. En jij bent er bij. Je zit op gepaste afstand toe te kijken, doodstil, voorzichtig ademend en vooral niet kuchend, om er zeker van te zijn dat je je vrouw en haar minnaar niet stoort. Haar minnaar is een erg mooie man. Hij is goed gebouwd. Hij heeft een knap, stoer, open gezicht en een prachtige penis. Hij is charmant, heeft precies het goede gevoel voor humor en is nog intelligent ook. Je weet dat je vrouw voor hem valt als een blok. Je weet dat ze kriebels in haar buik krijgt als hij haar in de ogen kijkt. Of als ze maar aan hem denkt. Je weet dat ze ontspant en samen met haar minnaar langzaam wegglijdt in een gelukzalig universum wanneer hij haar zachtjes streelt. Als hij haar zachtjes kust. Als hij haar zachtjes allerlei lieve woorden influistert, die jij niet kunt verstaan. Je ziet dat zij ook hem streelt en je ziet dat zij ook hem kust. Je ziet dat jouw vrouw en die vreemde man langzaam - tergend langzaam - maar zeker in elkaar opgaan en de wereld om hun heen vergeten. Dit is geen pure lust en dat weet je. Dit is geen pure seks en dat weet je. Dit is jouw vrouw, die hevig verliefd is op de man die haar streelt. De man die haar bemint. De man die haar met succes verovert. De man waarnaar ze verlangt en waarnaar ze na deze symbiose nog meer zal verlangen. Deze man is een enorme bedreiging en dat weet je. Je voelt angst, boosheid, wanhoop en verdriet en die gevoelens groeien bij iedere streling, iedere kus en iedere glimlach die de twee verliefden uitwisselen. En toch begint je slavenlul te kloppen. Toch begint ook jouw bloed sneller te stromen bij het zien van dit intieme, lieflijke, bedreigende vrijen. Je ziet dat jouw vrouw en haar minnaar gepassioneerder worden. De strelingen worden krachtiger, dwingender. De kussen worden hartstochtelijke tongzoenen. Je vrouw gaat helemaal op in die man die daar jouw plaats heeft ingepikt. Ze geeft zich aan hem, zoals ze zich aan jou nooit heeft gegeven; jij doet er niet toe, het is alsof je er nooit toe gedaan hebt. Je ziet zijn hand naar de binnenkant van haar benen gaan. En je ziet dat je vrouw verwachtingsvol haar knieën optrekt en haar benen spreidt om hem toegang te verlenen tot die plek, die heilige plek, die jij al zo lang niet meer binnen bent mogen komen. Waarvan je amper nog weet hoe die van binnen voelt. De plek die je nooit meer binnen zúlt komen. En waar je desalniettemin zo verschrikkelijk naar verlangt. Je weet dat jouw lul slechts een onbeholpen slavenlul is. Je weet nog precies hoe waardeloos je was toen je je vrouw nog neukte. Je weet nog precies hoe je al na een paar keer stoten grommend in haar klaarkwam, terwijl zij nog maar net begonnen was met opwarmen. Je weet precies dat het daardoor is dat je vrouw, toen ze eenmaal je meesteres werd, je begon af te wijzen en je ten slotte verbood haar ooit nog te penetreren. En je weet ook donders goed dat ze nog gelijk heeft ook. Je weet heel goed dat je haar veel te bieden hebt, maar dát niet. En je hebt ook gezien dat andere mannen haar wèl kunnen geven waar ze recht op heeft. Want zo is het toch? Voor jouw meesters, jouw vrouw, jouw alles, is toch alleen het beste goed genoeg? Dus waarom zou ze jou haar ooit nog laten neuken als er meer dan voldoende mannen beschikbaar zijn die dat vele, vele malen beter doen dan jij? Als de hand van haar minnaar plagerig haar dijbeen bewerkt, zorgvuldig de vagina van je vrouw vermijdend, zie je dat ze haar bekken omhoog duwt, hem aldus nadrukkelijk uitnodigend. Ze wil hem. Ze verlangt naar hem. Ze is van hem. Je ziet hun passie. Je ziet het zweet op hun lichamen. Je ruikt de feromonen die je vrouw en haar minnaar uitwisselen. En je hoort hun zware ademhaling. Je ziet de intimiteit groeien, je ziet het verlangen groeien, je ziet de verliefdheid groeien. Nog even voeren angst en geilheid een heftige strijd in je binnenste, maar op het moment dat de man je vrouws vagina beroert, capituleert de angst. Wat rest is dierlijke lust. Je geeft je helemaal over aan je eigen geilheid en vanaf dat moment ben je een ongegeneerde voyeur, die zich verlustigt aan het verschrikkelijk opwindende schouwspel van zijn vrouw met een andere man. Je bent niet meer báng dat ze hem zal willen, je verlángt ernaar dat ze hem wil. Je bent niet meer báng dat hij haar verovert, je wílt dat hij haar verovert. Je bent niet meer bang voor de vlinders die je vrouw voor haar veroveraar voelt, je bent niet meer bang voor haar verlangen naar hem, je voelt geen jaloezie meer als zij zich aan hem geeft, als zij zich helemaal aan hem geeft, als ze helemaal in hem opgaat, als jouw vrouw en de man die haar van jou heeft gestolen samensmelten in een explosie vol vuur, passie en misschien wel liefde. Nee, je verlángt ernaar dat dit alles onder je ogen gebeurt. Je rukt als een gek aan je slavenlul en zwelgt in een uitermate geil mengsel van dat wat je ogen zien, je oren horen, je neus ruikt en het besef dat die man daar zo goed is in datgene waarin je zelf zo waardeloos bent. Ja, zelfs je eigen onkunde is nu erotiserend. Het voelt heerlijk dat jouw plaats is ingenomen door een ander. Door iemand die je vrouw wèl kan bevredigen. Iemand die macht heeft die jij niet hebt. Wiens superioriteit ten opzichte van jou onnoemelijk groot is. Iemand die jou verdreef uit het heiligdom van je vrouw. En dan... als die man, die prachtige, doortastende, sterke, dierlijke man, eindelijk neemt wat hem toekomt, eindelijk neemt waar hij recht op heeft, jou eindelijk afneemt wat nooit echt van jou is geweest, dan zweef je in een heerlijke roes de zevende hemel in. Een drug, welke dan ook, kan niet beter zijn. Je vrouw ligt op haar rug, haar benen wijd gespreid. Ze kijkt haar minnaar met grote ogen aan. Ogen die zeggen dat ze hem graag zal ontvangen. Dat ze zich aan hem overgeeft. Dat ze van hem is, alleen van hem, voor altijd van hem, en van niemand anders zou willen zijn. De ogen van de man beantwoorden die van je vrouw. Zelfverzekerd vertellen ze haar dat zij zich geen zorgen meer hoeft te maken. Hij zal zich haar toeëigenen. Hij zal haar in bezit nemen. Hij zal haar leiden naar een tijdloze samensmelting en ze zullen voor altijd één zijn. Hij penetreert haar. Zij kreunt zachtjes. Jouw hele lichaam voelt warm en tintelt en je voelt een duizeling in je hoofd. Je slavenlul klopt als een gek om maar zo stijf mogelijk te blijven en je zweeft. Het is zo heerlijk, zo onbeschrijfelijk geil en spannend en lekker dat je verslagen bent door die prachtige man. Tot in het diepst van je ziel ben je je ervan bewust dat dit geen spelletje is. De gevoelens die jouw vrouw heeft voor deze man zijn echt. De vlinders die ze voor hem voelt zijn echt; haar verliefdheid is echt, haar verliefdheid is intens en haar verliefdheid wordt intenser bij iedere stoot van haar minnaar. Je laat je inferieure slavenlul los en stopt met rukken, omdat je weet dat je op het punt staat te exploderen en omdat je weet dat jou dat niet is gegund. Je lichaam is één groot vat endorfinen. De vernedering van wat zich voor je ogen afspeelt maakt je gek van lust en verlangen. Jouw vrouw. Ze is zo mooi, je houdt zo zielsveel van haar, je verlangt zo ontzettend naar haar en zij weet niet eens meer dat je bestaat. Jij bent voor haar van geen enkel belang. Het enige wat voor haar telt is de lust die zij voelt voor haar minnaar. Hij is boven haar, zijn armen staan gestrekt naast haar hoofd. Haar handen rusten op zijn bovenarmen, zodat zij iedere beweging van zijn krachtige spieren kan voelen. Ze heeft haar benen om zijn billen geslagen. Billen, die zich steeds krachig samentrekken als hij zijn penis in haar vagina stoot. Je vrouw volgt zijn ritme; bij iedere stoot van hem duwt zij haar bekken omhoog. Hij bezorgt je vrouw een orgamse. Jij raakt in vervoering. Je ziet deze twee prachtige mensen paren in een zinderend schouwspel. En je weet dat het zo hoort. Je weet dat het zo bedoeld is. Deze man, dit alfamannetje, laat jou zien waarom hij wel recht heeft op je vrouw en jij niet. Hij is gekomen om jouw vrouw te nemen, jij bent er slechts om haar te dienen. En je wilt haar dienen. Je wilt niets liever dan dat. Je zult het huishouden doen, je zult de boodschappen doen, je zult de kinderen verzorgen en de rekeningen betalen. Je zult je vrouw zoveel mogelijk werk en stress uit handen nemen zodat zij de gelegenheid heeft zoveel mogelijk beschikbaar te zijn voor haar minnaar. Haar minnaar die je ook zult dienen. Want doordat hij bezit genomen heeft van je vrouw, heeft hij óók jou in bezit genomen; jij bent immers haar bezit. En je vind het heerlijk. Je geniet enorm van je positie en je geniet enorm van de samenzwering die zich voor je ogen voltrekt. Als hij je vrouw ten slotte verlaat, zie je dat hij zijn territorium heeft gemarkeerd. Zijn zaad stroomt uit haar nog lichtjes geopende vagina. Het mooie, witte, kleverige eigendomsbewijs vindt zijn weg naar beneden en druppelt op het laken, precies op de plek waar jij altijd slaapt -als je vrouw tenminste geen minnaar op bezoek heeft, want diens rechten gaan altijd voor. Het beeld van het zaad in je vrouw is zo overdonderend dat je een mentaal orgasme beleeft. Voor jou is dit zaad het ultieme bewijs dat je vrouw niet meer van jou is. En terwijl je vrouw en haar minnaar elkaar zachtjes strelen, liefdevol kussen en bevestigen dat het zalig was, dat het geweldig was en dat het zo heerlijk is verliefd op elkaar te zijn, aldus die verliefdheid van extra voeding voorziend en de band tussen hun aanhalend en verstevigend, verlang jij er intens naar hen te dienen, hun eigendom te zijn, hun speelgoedje te zijn. En je verlangt er intens naar dat je vrouw nog vaak, heel vaak, met deze prachtige man zal vrijen en dat jij nog even zo vaak zult mogen voelen hoe onbetekenend je bent, terwijl je steeds weer toekijkt hoe deze man jouw vrouw meer en meer tot zijn bezit maakt. En je verlangt er intens naar dat je zijn zaad uit je vrouws heiligdom mag likken, om zo je ondergeschikte positie te bevestigen.


© re{N}éBE , september 2003.

Naar boven