Over de site
Informatie
Kronkels
Verhalen
Recensies
Links
Contact


Valid HTML 4.01 Transitional  

Van Madame   van rené   van derden       

Haar spelletje

Afgelopen weekend was een stress-weekend. Nadat het drie of vier dagen in successie al erg laat was geworden, en we 's ochtends steeds noodgedwongen vroeg waren opgestaan, konden we vrijdagmiddag nauwelijks onze ogen nog open houden. Hoewel we eigenlijk liever het bed in waren gedoken (om te slapen, dus), zijn we toch naar de Bandsmederij gegaan; we hadden met iemand afgesproken en bovendien komen we er erg graag. We verwachtten dat in de loop van de avond onze energie wel weer zou toenemen. Zo gaat dat eigenlijk altijd: 's ochtends kapot, 's middags helemaal gaar en 's avonds bruisend van de energie -tot we echt instorten. Gelukkig lopen mijn lief en ik daarin aardig synchroon; we leven niet langs elkaar heen.
Onze verwachting kwam uit: het was een erg leuke avond en we zijn veel langer gebleven dan we gepland hadden. En dus lagen we ook nu weer, gebroken, veel te laat in bed. Om een paar uur later de wekker weer te horen gaan. En weer te horen gaan. En nog eens te horen gaan (die snooze-knop is echt een afschuwelijke uitvinding!).

De zaterdag was druk. Veel te druk. En ergens tegen tienen explodeerde de boel. De aanleiding was een futiliteit, maar de ruzie onontkoombaar. En het was een heftige ruzie; het duurde tot ver in de volgende ochtend voordat de strijdbijl begraven werd en het helingsproces kon beginnen.
Hoge toppen. Onze relatie kent er, gelukkig, erg veel. Maar tegenover die hoge toppen staan diepe dalen. Die zijn er goddank veel minder, en we hebben geleerd er op een goede manier mee om te gaan, maar ze zijn evengoed slopend. Ik heb het hier al vaak gezegd: mijn lief is mijn alles. En dat meen ik ook. Als alles goed tussen ons gaat, gaat alles goed met mij. Dan geniet ik, dan lach ik, dan leef ik. Maar als we ruzie hebben, zeker zo'n heftige als afgelopen weekend, dan stort mijn wereld in. Dan voel ik me de zieligste en eenzaamste man ter wereld. Liefst zou ik dan dood willen zijn. Natuurlijk niet echt (ik wil gewoon dat de ruzie stopt), maar zo voelt het wel. Na zo'n heftige botsing heb ik minstens een paar uur nodig om weer tot mezelf te komen. Veel huilen, veel (in het begin nog onzeker) toenaderingen, af en toe een geforceerde glimlach. Als dat zo'n beetje achter de rug is, breekt de laatste fase aan: de fase waarin je voelt dat alles weer goed is. Er wordt gepraat over wat er gebeurde, er wordt veel geknuffeld en gekust, we vertellen elkaar hoe belangrijk we elkaar vinden en hoeveel we van elkaar houden. Wat volgt is, uiteraard, seks.

Goedmaakseks is de beste seks die er bestaat. Vanuit de diepten van de hel in één vloeiende beweging door naar de zevende hemel. Alleen daarvoor al zou je af en toe een flinke ruzie moeten uitvechten. Wie het initiatief neemt is moeilijk te voorspellen; wij hebben geen vaste riedel die we afdraaien. Gelukkig niet! Gisteren was ik het die de stoute schoenen aantrok. Ik stortte me letterlijk op mijn lief. De behoefte aan contact, de behoefte aan liefde, de behoefte aan intimiteit, de behoefte aan bevestiging waren dermate groot dat ik me niet kon bedwingen. Ik begon te kussen (op een vrij dwingende manier) en zij kuste terug. Ik pakte haar stevig beet en zij nam mij stevig beet. Ik wrong mijn benen tussen de hare en zij... zij week niet. Ik probeerde het nog een paar keer, maar mijn lief was standvastig. Ik keek haar aan. Zei haar dat ik heel graag met haar wilde vrijen. Zij bevestigde dat zij dat ook erg graag wilde. Ik wilde neuken. Ik wilde haar zo graag neuken. Zij wilde dat pertinent niet. Ik wilde zo graag zo dicht mogelijk bij haar zijn. Zij wilde dat ook. Maar niet op die manier. Even was ik uit het veld geslagen, ik voelde me buitengewoon onzeker en verdrietig. Ik rolde me van haar af. Zij pakte de draad weer op. En we hebben heerlijk gevreeën. We hebben een heerlijk orgasme beleefd, in lichaam en in ziel. Maar geneukt hebben we niet.

Later hebben we gepraat. We hebben het gehad over mijn drang tot gemeenschap. We hebben het gehad over mijn liefs afkeer daarvan. Het voelde niet goed voor haar. Het past niet meer in onze relatie. Ook niet één keer. Zij kan het niet meer met mij, zij wil het niet meer met mij. Tijdens ons gesprek ben ik gaan beseffen dat ons spelletje geen spelletje meer is. Jarenlang heb ik geroepen dat ik hevig geïnteresseerd was in (ja, zelfs verlangde naar) een relatie waarin cuckolding een grote rol speelt. Gaandeweg is het gelukt mijn lief voor het idee te winnen. De afgelopen maanden is zij serieus op jacht. Op zoek naar een minnaar (of twee, maar één blijkt al moeilijk genoeg te vinden). Ik had steeds het gevoel dat we een leuk spelletje aan het spelen waren, en dat we naar buiten toe net deden alsof de soep echt zo heet gegeten werd als we deden voorkomen, maar dat wij wel beter wisten. Er was heus wel ruimte voor af en toe een keertje smokkelen. Gisteren ben ik tot de ontdekking gekomen dat die ruimte er niet is. En dat het spelletje niet bestaat. Het is bittere ernst, het is zoete ernst, wat je wil, maar ernst is het.

Mijn lief wil mij niet meer neuken. Ze verlangt er niet meer naar, ze kijkt er niet meer naar uit, ze denkt er niet eens meer aan. Voor haar is het geen optie meer. Wat ooit begon als mijn fantasie, mijn wens, mijn verlangen, is nu de hare geworden. Ze geniet enorm van haar nieuwe positie. Ze geniet als ze me afwijst. Het klinkt misschien paradoxaal, maar mij afwijzen vindt ze verschrikkelijk geil. Mij afwijzen vindt ze lekkerder, en geeft haar meer voldoening, dan mij neuken. Niet dat ze neuken op zich oninteressant vindt; integendeel, ze heeft er juist erg veel zin in. Maar dan wel met de juiste man. En naar die man is ze driftig op zoek.
Er is een tijd geweest dat het idee van een minnaar haar wel aansprak. Leuk, maar meer niet. Ondertussen is het een verlangen geworden. De kwestie is niet meer óf er een minnaar zal komen, maar wannéér. En niet meer omdat het míj zo'n spannend idee lijkt, maar omdat zij er zèlf enorm naar uitkijkt.
Een balletje kan raar rollen. Steeds heb ik mijn lief gezegd dat ik het zo fijn zou vinden als mijn droom de hare zou worden. Ik heb haar steeds verteld dat ik graag wilde dat mijn verlangen haar verlangen zou worden. Ik ben lange tijd bang geweest dat mijn lief cuckolding vooral omwille van mij wenste te verkennen. Die angst hoef ik niet meer te hebben; ik heb gekregen wat ik wilde, het is nu háár spelletje geworden. En zij zal het spelletje ook op háár manier spelen.

Een weg terug is er niet. Mijn lief heeft me gezegd dat ze, als het te zwaar voor mij zou blijken te zijn, best wil proberen de weg terug te zoeken, maar dat de kans heel erg groot is dat ze die niet zal kunnen vinden. Ik vind het doodeng. Het maakt me bang, het maakt me verdrietig, het maakt me vreselijk jaloers. Maar was dit dan niet precies wat ik wilde? Want die andere kant is er ook: dat heerlijke gevoel van haar te zijn, die heerlijke gevoelens van onderdanigheid, de mateloze opwinding als ze flirt met een ander, het onweerstaanbare verlangen met haar te vrijen.
Ja, dit is precies wat ik wilde. Die achtbaan van gevoelens. Maar het is wel even slikken te beseffen dat mijn wens geen wens meer is, maar harde realiteit. En iedereen die mijn lief kent, weet dat ze heel erg lief kan zijn... maar ook keihard. En wat is het toch een prachtvrouw! Wat heb ik het toch getroffen!

Je kent die uitdrukking vast wel, iets in de geest van 'pas op met wat je wenst, het zou wel eens uit kunnen komen'. De diepere gedachte is natuurlijk dat hetgeen je wenst, in werkelijkheid vaak een stuk minder aangenaam is dan in je dromen. Soms klopt dat. Maar soms ook niet; soms is de werkelijkheid veel mooier en beter dan je ooit had kúnnen dromen. Dat was al het geval met de relatie waarin ik me inmiddels 3,5 jaar mag bevinden, het geldt nu evenzeer voor de levenswijze die we gekozen hebben. Het is hard. Het doet pijn. Maar, o, wat is die pijn toch lekker! Nu alleen die minnaar nog...


© re{N}éBE , december 2003.

Naar boven