Over de site
Informatie
Kronkels
Verhalen
Recensies
Links
Contact


Valid HTML 4.01 Transitional  

Van Madame   van rené   van derden       

De dag vooraf

Het is vier uur in de ochtend; de vogels worden wakker en ik ga eindelijk slapen. Tenminste dat probeer ik, maar René vindt het nodig om een liefdesverklaring af te leggen. Een excuus heeft hij niet voor zijn gedrag. Hij is niet dronken of stoned. Volgens mij is hij gewoon gelukkig. We hebben net een fijn gesprek in de auto gehad, op de terugweg vanuit Den Haag, en vanavond komt mijn minnaar voor de tweede keer. Ik geloof dat hij zweeft. Ik weet dat hij me irriteert: ik ben moe. Kortaf beveel ik hem om zijn hand die mijn been streelt bij zich te houden. Aan mijn toon hoort hij dat ik serieus ben, hij gehoorzaamt dan ook direct. Hij legt nogmaals een liefdesverklaring af. Ik hoor de onzekerheid in zijn stem, maar besluit niet te reageren. Dat is hard. Dat weet ik. Ik voel me daar ook een beetje schuldig om. Maar als ik aan ons gesprek in de auto terugdenk, komt de kracht in me naar boven. René vroeg me wat strenger tegen hem te zijn. Dat zal ik dan ook zijn; hij mag al blij zijn dat hij vanacht naast me slaapt. Met die laatste gedachte doezel ik in.

Langzaam sijpelen wat geluiden mijn bewustzijn binnen. Misschien, heel misschien, als ik ze negeer, slaap ik lekker verder. Ik houd mijn ogen stevig dicht en kruip dieper onder mijn dekbed. Tevergeefs. Ik ben klaarwakker en helder. De herinnering aan gisterenavond stormt naar binnen. Hoe zou René zich nu voelen, vraag ik me af. Dat zal ik zo weten: René loopt de kamer binnen. Eén blik is voldoende om er zeker van te zijn dat het goed zit: hij zweeft zichtbaar. Hij heeft zijn schoonmaakuniform aan. Dat is een oud fitnesspakje van mij. Toentertijd had ik dat lichtblauw pakje, subtiel afgezet met witte kant, gekocht omdat ik het er heel teder en vrouwelijk uit vond zien. Nadat ik erop uitgekeken was, mocht René het hebben om er zijn huishoudelijke taken in te verrichten. Als ik wat aandachtiger kijk, zie ik een zwarte draad aan de achterkant hangen. Wat heeft 'ie nou weer uitgespookt? Ik beveel hem zich om te draaien, om de voorkant te kunnen inspecteren. Blijkbaar ben ik niet zo helder als ik dacht; het duurt even voordat het plaatje dat ik aanschouw ook betekenis krijgt. Aan zijn penis heeft hij elektrodes aangebracht. De draad die ik aan de achterkant zag, is de verbinding tussen de elektrodes en het kastje dat hij heeft vastgemaakt aan zijn middel. De slet! Die enorme erectie laat er geen twijfel over bestaan: hij vindt het lekker. Wat zeg ik? Hij vindt het heerlijk!
"Zo, zeg ik geringschattend, ben je jezelf aan het verwennen?"
Is het mijn stem, is het de blik, zijn het de woorden? Ik weet het niet zeker. Waarschijnlijk een combinatie van alledrie maar hij schiet nog verder in subspace.
"Ja, Mevrouw," antwoordt hij kleintjes.
Ja, nou weet ik het zeker: hij zit er erg diep in. René noemt me meestal bij mijn voornaam. Geen gevousvoyeer tussen ons. Dat vind ik niet nodig. Maar als hij zweeft gaat dat automatisch bij hem: dan ben ik Mevrouw en spreekt hij me aan met U. Die hoofdletters hoor ik in zijn stem. En hij wordt kleiner. Niet letterlijk natuurlijk, maar zijn stem wordt anders, zijn houding ook. O, ja; hij zit er echt diep in. Geen twijfel mogelijk. Ik voel me vrolijk worden; de dag begint bijzonder goed. Dit is nog eens wakker worden. Geweldig! En dan nog M die vanavond komt. Wat bof ik toch.

Vandaag is geen normale dag. Vandaag geen ontbijt op bed. Vandaag wens ik niet langzaam wakker te worden met een boek. Nee, deze dag wil ik helemaal ervaren. Tenminste, de tijd die nog resteert. Het is al bijna 14.00 uur. Opgewekt stap ik uit bed; daardoor is René even in de war.
"Wenst Mevrouw geen ontbijt?"
"Jawel hoor. Zet het maar bij de PC neer," antwoord ik zonnig.
Ik begin de trap af te lopen als iets me te binnen schiet.
"En zorg dat je wat netter bent bedekt als de kinderen straks uit school komen."
Mijn stem klinkt gedecideerd. Dat moet ook wel. René heeft er een hekel aan dat sommige beslissingen worden genomen omwille van de kinderen. Hij begrijpt het wel; zo stom is hij ook weer niet. Maar hij kan er enorm van gaan mokken. Af en toe is hij zelf net een kind.
"Daar had ik al aan gedacht, Mevrouw. De badjas ligt beneden."
Mijn hart maakt een sprongetje van blijdschap. Hij voelt zich blijkbaar niet alleen onderdanig, maar ook compleet dienstbaar. De perfecte combinatie. Elke keer weer weet René me te verbazen. Nog steeds begrijp ik niet helemaal hoe het werkt. Gelukkig weet ik wel dát het werkt, en hoe ik er gebruik van kan maken. Met een glimlach op mijn gezicht loop ik verder de trap af. René volgt braaf.

Ik kruip achter de PC, René blijft verwachtingsvol even naast me staan. Zonder er een woord aan vuil te maken, met een nonchalant handgebaar, wuif ik hem richting keuken. Ik zie dat dat hard aankomt. Daar beleef ik weer plezier aan. Het voelt zo goed, zo machtig. Het zorgt ervoor dat een roes zich meester van me maakt. Terwijl ik mijn mails binnenhaal steek ik een sigaretje op. Met voldoening zuig ik de eerste teug naar binnen en begin mijn berichten te lezen. Een paar zijn er van René. Die bewaar ik voor later. Mijn askegel is ondertussen gevaarlijk lang. Ik laat mijn blik over de PC-tafel glijden op zoek naar een asbak. Verdorie, René is wel heel grondig geweest in zijn huishoudelijke taken. Inwendig voel ik wat irritatie opkomen; ik heb er zo’n hekel aan als er geen asbak klaarstaat. Als ik bijna automatisch wil opstaan om er eentje uit de keuken te halen, schiet me te binnen dat ik een slaaf binnen handbereik heb. Mijn goede humeur komt direct terug.
"René, kom eens hier," beveel ik liefjes met een gevaarlijke zoete stem.
"Een momentje, ik ben bezig met Uw ontbijt," roept mijn slaafje terug vanuit de keuken.
Een momentje? Hoorde ik dat goed? Een momentje?! Wie denkt hij wel dat hij is?
"Nu!"
Het komt er knallend als een zweepslag uit. Het heeft ook direct effect; René houdt op met waar hij mee bezig is, en komt in allerijl naar me toe. Hij stopt naast mij en kijkt me gespannen aan. Ik hoef maar mijn sigaret naar boven te brengen of hij begrijpt de hint. Zijn ogen spreiden zich wijd op, zijn pupillen worden donker. Ik zie opwinding en walging wedijveren om voorrang op zijn gezicht. Zijn mond gaat tergend langzaam open. Hij moet vechten tegen de weerzin. Tegelijk schiet hij weer in een diepere vorm van subspace; en ik dacht nog dat hij niet dieper kon gaan. Sadistisch langzaam breng ik de sigaret verder naar boven voordat ik de as in zijn mond tik. Traag, net of een film in slowmotion wordt afgedraaid, sluit hij zijn mond. Terwijl hij alles doorslikt wint de opwinding zichtbaar het gevecht. Hij blijft staan waar hij staat, hopend op extra aandacht. Ik wuif hem weer weg met mijn hand. Dat doet hem pijn. Ik geniet.

Als ik wat later mijn ontbijt heb, begin ik eindelijk aan de mails van René. Ik schik van de heftigheid. Ik lees hoe gekwetst René zich voelde vanacht, hoe hij zich in slaap huilde, hoe dankbaar hij is voor de hardheid van mijn afwijzing, voor de pijn en het genot dat hij daardoor mocht ervaren. Het raakt me. Ik moet mijn natuurlijke impuls om hem meteen te troosten onderdrukken; dat zou alles verpesten. Voor hem en voor mij. Gefascineerd lees ik verder hoe hard hij dit nodig heeft, hoe hij om meer smeekt. Ik voel angst opkomen als ik merk dat hij me zijn Godin noemt. Niet dat het de eerste keer is dat hij me zo noemt. Maar elke keer weer voel ik dan het hele gewicht van de verantwoordelijkheid die deze gemeende titel met zich meebrengt, op me drukken. Dat is zwaar. Ik heb dan het gevoel dat René me op zo’n hoog voetstuk plaatst dat ik wel hoogtevrees moet hebben. En dat besef duizelt me. Tegelijk ben ik gevleid, voel ik me bijzonder. Geboeid lees ik de rest van zijn liefdesverklaring; want dat is het, een prachtige liefdesverklaring. De intensiteit van zijn gevoelens blijft me elke keer weer verbazen. Ze ontroert me ook. Iemand die in staat is tot zo’n liefde moet je beschermen. Moet ík beschermen. Maar tegen wat? Tegen de pijn die ik hem geef? Ja, maar dat is juist wat hij wil, wat hij nodig heeft. Tegen zichzelf? Ben je gek, daar is hij zelf wel toe in staat. Met de diepe gevoelens van René, die ik proef in de woorden in zijn mail, weet ik me even geen raad. Ze raken mijn ziel. Tijd om het te laten bezinken. Even opzij te zetten: later zal ik erop terugkomen. Later, maar voorlopig geniet ik van de dag en van mijn slaafje.

Om mijn zinnen te verzetten pak ik de telefoon en bel een goede vriendin. Terwijl zij enthousiast over haar weekend vertelt, loop ik heen en weer om de onrust in mijn lijf tot bedaren te brengen. Zoals altijd werkt het; ik voel me helemaal kalm worden. Daardoor ben ik zo heerlijk ontspannen dat ik me op de bank nestel. Daar hoort een sigaretje bij. Aangezien ik me nooit verplaats zonder een pakje binnen handbereik, is dat geen probleem. Daarentegen heb ik de asbak bij de PC laten staan. Gelukkig dat mijn lief in de buurt is, bezig met zijn huishoudelijke taken. Om zijn aandacht te vangen, knip ik met mijn vingers. Zodra René opkijkt, wenk ik hem naar me toe. Weer krijgt hij mijn as te verwerken. Weer heeft het dezelfde uitwerking op hem. Misschien is het effect zelfs nog heftiger. Ik kijk hem doordringend aan. Zijn pupillen zijn zo zwart dat ik er bijna in kan verdrinken. Vlug sluit ik een paar keer mijn ogen om de hypnotische uitwerking teniet te doen.
"Asbak."
Meer woorden maak ik er niet aan vuil.
"Asbak?" hoor ik aan de andere kant van de lijn. Ik was mijn vriendin even vergeten.
"Niet jij," reageer ik vrolijk.
Mijn vriendin laat een veelbetekende, uitgerekte 'o' horen.
"Is het weer zover?" vraagt ze samenzweerderig.
We barsten allebei in een spontane lachbui uit. Voordat René zich verwijdert om het gevraagde gebruiksvoorwerp te halen, kan ik nog zijn beteuterde gezicht bewonderen. Ik vermoed dat hij zich er ongemakkelijk bij voelt. Mijn vriendin en ik converseren lekker verder. Discreet zet René de asbak naast me en onderdanig blijft hij wachten op een nieuwe opdracht. Een opdracht of wat aandacht: voor hem is er op dit moment geen verschil meer. Zonder het telefoongesprek te interrumperen, begin ik zijn penis te slaan met mijn vlakke hand. Normaal heeft hij daar een hekel aan, wat ik dan weer extra leuk vind. Vandaag kreunt hij van een mengeling van genot en pijn. Het is zo luid dat het mijn vriendin opvalt.
"Ben je die arme man weer aan het pijnigen?"
"Natuurlijk niet," repliceer ik, "hij vindt dit lekker."
Ze kan het niet nalaten om me te vertelen dat ik een sadist ben. Gelukkig dat ik dat al wist, want anders zou deze mededeling me van slag maken. We praten verder. Ondertussen wijs ik naar mijn voeten. René heeft wel een cadeautje verdiend voor zijn goede zorgen. Voordat hij ze vol overgave kust, zendt hij me een dankbare glimlach toe. Blijkbaar ziet hij het ook als een gunst die ik hem verleen. Wat voel ik me goed! Als ik er genoeg van krijg, schop ik hem weg. En dat terwijl ik ook nog mijn aandacht bij het gesprek houd.

Nadat ik het telefoongesprek heb afgerond, ga ik langdurig douchen. Als ik de badkamer uitloop, begin ik te haasten. Ik moet mijn haren nog föhnen, mijn make-up nog doen, en me aankleden. Eigenlijk heb ik ruim de tijd, maar ik wil niks bewaren voor het laatste moment. Daar houd ik nou eenmaal niet van; het geeft me een gestresst gevoel. Op naar de slaapkamer waar al mijn spulletjes liggen. Toevallig is René daar ook aanwezig, bezig de laatste hand aan het bed te leggen. Uitnodigend vouwt hij een punt van het schone dekbed open. Met een ongeduldig handgebaar wenk ik hem naar het midden van de kamer, daar waar het licht het beste valt. Zonder een woord te zeggen, positioneer ik hem zoals ik dat wil. Dan duw ik de grote spiegel in zijn handen.
"Vasthouden. En niet bewegen," snauw ik hem toe.
Aandachtig begin ik mijn haren te drogen en te modelleren. Ik ga zo erg in mijn taak op dat ik mijn menselijke spiegel vergeet. Rust daalt over me neer. Tevreden bekijk ik mijn weerspiegeling: ik zie er echt goed uit. Een second opinion kan geen kwaad.
"Hoe vind je mijn haar?"
"Uw haar ziet er prachtig uit, Mevrouw."
Iets aan René’s stem wekt me uit mijn trance. Mijn ogen glijden over hem heen. Zijn armen trillen, hij heeft een verbeten trek op zijn gezicht. Die spiegel is zwaar. En het mentale gewicht is loodzwaar. Ik weet hoe moeilijk hij het vindt om als object gebruikt te worden. En nu is er geen twijfel mogelijk; René is gereduceerd tot een spiegel. Niet meer en niet minder. Toch zie ik aan heel zijn houding dat hij nog steeds zweeft. Ik overweeg een paar seconden om mijn make-up in de badkamer aan te brengen. Maar dat kan ik René niet aandoen. Dat zou een motie van wantrouwen zijn. Dat zou hem het gevoel geven dat hij niet voldoet. Dat zou hem – in de staat waarin hij nu zit - kapot maken. Ik moet er maar op vertrouwen dat hij zijn stopwoord weet en zal inzetten indien nodig.

Rustig, zonder me te haasten, smeer ik mijn make-up op. Ik besteed extra aandacht aan mijn ogen die ik er groter uit wil laten zien. Af en toe werp ik een steelse blik op René om me gerust te stellen: hij kan het aan. Gelukkig. Ik voel trots opkomen: wat een geweldige slaaf heb ik toch. Als laatste doe ik mijn lippen. Ze moeten er natuurlijk uitzien. Dat lukt me nog ook. Het resultaat van mijn inspanningen mag er zijn. IJdel tuit ik mijn lippen en werp mezelf een kusje in de spiegel toe. Tijd om René te verlossen. Maar niet direct. Het moet niet makkelijk voor hem zijn; hij smeekte om een strenge en harde Meesteres. En die zal hij dus krijgen ook. Niet alleen omdat hij daarom vroeg. Integendeel zelfs, hij bepaalt niet. Maar vooral omdat ik dat al langere tijd zelf wil. Voor vandaag dacht ik dat hij het niet aankon. En waarschijnlijk kon hij het toen ook niet aan. Nu is hij er klaar voor. O, zeker weten, hij is er echt klaar voor. Voordat ik achter hem langsloop om mijn zwarte lakbustier te pakken, beveel ik hem om niet te bewegen.
"Wat zei U Mevrouw?" informeert René terwijl hij zich naar mij omdraait.
"Om - niet - te - be - weg - en."
Elke lettergreep articuleer ik afzonderlijk. De hele uitdrukking op mijn gezicht roept: idioot. Gekwetst gaat hij weer in de houding staan. Hoewel hij dat vlug doet, doet hij het niet zo vlug dat ik niet de tijd heb om de traan te zien die zich in zijn ooghoeken vormt. De hele situatie windt me op en tegelijk zwelt mijn hart van mededogen. Je hebt gelijk liefje, dit is oneerlijk. Toch laat ik deze woorden mijn lippen niet verlaten. Nu is het niet het moment. Wat hou ik van deze man. Wat hou ik van deze slaaf. Wat maak ik het hem moeilijk. Uit liefde en sadisme. En wat ben ik trots op hem. Trots op de groei die hij heeft doorgemaakt, trots op zijn trotse houding. Trots dat hij niet protesteert tegen mijn onrechtvaardigheid, maar hem gewoon aanvaardt.

Ik wil hem in mijn armen nemen en troosten. Ik wil hiermee doorgaan en hem nog meer pijn doen. Met mijn bustier in mijn handen ga ik weer voor de spiegel staan.
"En, hoe zie ik eruit?" Mijn stem klinkt zachter.
" U bent mooi, Mevrouw. M boft."
Verlangen en bewondering klinken door in zijn stem. Ik glimlach tevreden.
"Help me met de sluiting van de bustier. Je mag de spiegel op zijn plaats hangen."
René gehoorzaamt met zichtbare vreugde. Teder sluit hij alle haakjes van mijn ondergoed. Aangezien de bustier maar een kwart cup heeft, priemen mijn borsten fier vooruit. Ik kies een zwarte kanten string die er mooi bij past en trek hem aan. Dít ziet er al geweldig uit. Stijlvol doch sexy. Ik draag René op me te helpen met mijn kousen. Voorzichtig rolt hij ze naar boven, om mijn been, oppassend dat er geen ladder in terechtkomt. Mijn rok ligt al klaar. Het is een prachtig niemendalletje dat ik me nooit had kunnen veroorloven als ik het niet in de uitverkoop had bemachtigd. Doorzichtige geplisseerde zwarte laagjes die verhullen en onthullen tegelijkertijd. Dan, of het een kostbaar sieraard betreft, reikt hij me mijn angora trui aan. Speciaal voor deze gelegenheid heeft hij hem vanochtend met de hand gewassen; hij vindt vandaag mijn uiterlijk even belangrijk als ik. René wacht op gepaste afstand af of ik nog meer van hem verlang. Openlijk bewondert hij mij. Volgens mij zie ik zelfs zijn adem stoken in zijn keel. Zijn hele gezicht drukt begeerte uit. Begeerte, vermengd met verdriet omdat dit niet voor hem is. En opwinding omdat dit niet voor hem is. Ik zal het nooit begrijpen. In ieder geval nooit gevoelsmatig. Ik vermoed dat alleen een andere cuckold dat kan. Maar dat is niet belangrijk; ik weet hoe ik ermee moet spelen. En dat doe ik dan ook; ik bespeel zijn emoties als een echte virtuoos. Tot vreugde van ons beiden.

Met een glimlach op mijn gezicht ga ik naar beneden. Het is daar druk. Ontzettend druk. Mijn zwager is er, de kinderen gillen en spreken door elkaar. Ik probeer rustig te blijven: M zal pas later komen. Langzaam adem ik in en uit. Dat helpt niet: onrust neemt bezit van mijn hele lichaam. Rust! Ik heb rust nodig. Ik kruip achter de pc. Ik kan me niet concentreren. De spanning neemt toe. Het duurt nog minstens 20 minuten voordat René met de kinderen naar de bioscoop gaat. 20 minuten! Ik wil rust. Nu! Ik wil voorgenieten. Me voorbereiden op mijn minnaar. Dit werkt niet. Met gejaagde tred klim ik de trap op.
"René. Neem direct de kinderen mee naar de bioscoop."
Hij schikt van de felheid van mijn opdracht. Hij aarzelt. Dit staat hem tegen. Elk atoom in zijn lichaam verzet zich hiertegen. Vanavond weggaan met de kinderen vond hij al niet leuk. En nou moet het ook nog op staande voet gebeuren. Ik zie aan zijn houding dat hij in opstand wil komen, tegenwerpingen maken.
"Schiet op. Treuzel niet zo."
De minachting en het ongeduld in mijn stem treffen hem als een mokerslag.
"Ja, Mevrouw."
Verdrietig loopt hij langzaam de trap af. Elke stap drukt berusting uit. Ik hoor hem tegen de kinderen vertellen dat ze nu al gaan. Hij zorgt ervoor dat ze in de auto belanden, neemt afscheid van zijn broer die ervandoor gaat, probeert zich groot te houden. Rust daalt over het huis en mezelf neer. Net als ik denk dat ze al weg zijn gereden hoor ik onderaan de trap René’s stem: "Ik ga Mevrouw. Blijmoedig."
Bij het laatste woord lijkt het of zijn stem breekt. O, shit. Ben ik te ver gegaan? Zo kan ik hem niet laten gaan; ik moet hem zien. Zien of hij het nog steeds aankan. Innerlijk ongerust, uiterlijk kalm roep ik hem naar boven. Aarzelend komt hij de slaapkamer binnen. Meteen presenteert hij zijn excuses voor het verzet dat ik in hem zag.
"Ik begrijp uw beslissing. Ik heb het er moeilijk mee, maar voor u is het beter," vervolgt hij.
Die man blijft me verbazen. Het liefst zou ik hem nu in mijn armen nemen, maar dat kan niet. Het zou averechts werken. Ik volsta met hem begrijpend toe te knikken en mijn voeten aan te wijzen terwijl ik hem toespreek.
"Neem eens gepast afscheid van me, beestjebeestje."
Zijn gezicht klaart op bij dat vernederende koosnaampje. Opgelucht laat hij zich op zijn knieën zakken en kust hartstochtelijk mijn voeten. Ook voor mij voelt deze manier van afscheid nemen beter.

Kort nadat ik alleen thuis ben, komt mijn minnaar eraan. Verlegen begroeten we elkaar. Gelukkig dat de schroom vlug verdwijnt. Gepassioneerd vrijen we met elkaar. Dit keer is het zelfs beter dan de eerste keer; we zijn wat meer ontspannen, lachen af en toe tussendoor. Tegelijk laten we ons meer gaan. Heerlijk. René is geen enkel ogenblik in mijn gedachten. Na meerdere uren, veel te vlug in mijn ogen, moet M. er jammer genoeg vandoor. Met lichte tred dalen we de trap af. In de woonkamer zie ik René voor het pc-scherm. Blijkbaar heeft hij er al voor gezorgd dat de kinderen netjes op bed liggen. Eerlijk verbaast het me niet om hem aan te treffen aan ons bureau; hij wil zich een houding geven, er niet uitzien of hij de hele avond zit te wachten. Tenminste dat vermoed ik. De mannen wisselen een paar woorden voordat mijn minnaar zijn kleren aantrekt bij de bank; daar waren we immers onze avond begonnen. Ik ga naast hem zitten, we beginnen weer met kussen. Ziet René dat? Het kan me niks schelen. Op weg naar de deur praten de mannen weer even met elkaar. De situatie komt op mij surrealistisch over; ik onderdruk een neiging tot giechelen. Nog een laatste langdurige vurige afscheidszoen en M. is er vandoor. Voldaan, als een kind op Sinterklaasavond, richt ik langzaam mijn aandacht op René.
"En sletje… Heb je weer beneden staan luisteren?"
"Nee Mevrouw," antwoordt hij met een hese stem waarin schaamte doorklinkt, "ik heb voor de slaapkamerdeur staan luisteren."
Licht als zeepbelletjes borrelt mijn lach naar boven.
"Wat ben jij toch een slet," beschimp ik hem, "een echte cuckoldslet."
Zijn gezicht vertoont dezelfde uitdrukking als die van mijn zoon, toentertijd nog een peuter, betrapt op heterdaad met zijn hand in de suikerpot. De man die me ooit verzekerde dat hij zich nooit schaamde, schaamt zich nu - en niet een beetje. Dit is echt mentaal smullen. Wat lijkt het me vernederend om stiekem te luisteren hoe je eigen vrouw door een andere man tot genot wordt gebracht. En dat nog moeten toegeven ook.
"Mevrouw?" klinkt René’s stem aarzelend.
Met mijn ogen moedig ik hem aan om door te gaan.
"Mevrouw, mag ik U nu als U blieft een kus geven?"
Schattend neem ik hem op. Hoewel hij nog steeds zweeft, heeft hij het ook erg zwaar. Hij blijft geduldig wachten onder mijn strakke blik. Een echte kus, een kus tussen geliefden, is een te grote verandering op dit moment, maar hij heeft wel iets nodig. Iets om zich echt aan vast te kunnen houden, iets om zich veilig te voelen. Met een liefdevolle glimlach reik ik hem mijn hand. Zijn warme lippen beroeren direct de huid.
"René, ga naar de bank, ga daar zitten en wacht op mij. Ik kom er zo aan," fluister ik hem intiem toe.
Een paar minuten later zitten we beiden in onze zithoek. René heeft ervoor gekozen om op de grond te zitten; hij is nog te zeer slaaf om op de bank te kunnen zitten. Mijn handen spelen met zijn haar. Contact, dat heeft hij nodig. Ik vraag hem hoe hij alles heeft ervaren. Terwijl hij praat, komt hij wat uit zijn trance. Ik raak hem regelmatig liefkozend aan, laat hem merken dat hij me ook mag aanraken. Na een tijdje kus ik hem voorzichtig. Af en toe moet ik hem troosten. Hij wil ook weten hoe het voor mij was. Geduldig geef ik antwoord op zijn vragen, zover ik dat kan. Als we elkaar globaal hebben verteld hoe we deze dag hebben ervaren, trek ik zijn hoofd op mijn schoot. Hij is weer in staat om uit zichzelf zijn hand op mijn been te durven leggen. Ik blijf hem aaien. In deze positie blijven we nog een hele tijd, samen nagenietend in stilte.


© Madame , juni 2004.

Naar boven